Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

‘Steenbreekvarens, die naam zegt genoeg’

vrijdag 19 juli 2019
Leestijd: 
2 tot 3 minuten

‘Steenbreekvarens, de naam zegt genoeg’, schrijft het College fijntjes aan Hart. De behoorlijk zeldzame planten moesten worden verwijderd van de kademuur van de Veghelse havens, want ze tastten de boel daar te erg aan. Maar geen nood: ze komen terug.

Vrijwilligers van IVN Veghel trekken er een keer per jaar op uit om de bijzondere steenbreekvarens aan de kademuur van de Veghelse haven te tellen. Dankzij die inspanning weten we dat er tot voor kort 150 stonden. Plus nog 25 muurvarens. Vooral de steenbreekvarens stemden de mensen van de IVN vrolijk, want die planten waren tot vorig jaar wettelijk beschermd.

Rotsen en muren

In Zuid-Limburg komen wandelaars ze nog wel eens tegen, maar buiten die regio komen ze zelden voor. Sowieso groeien ze alleen op vochtige muren en rotsen en die moeten dan ook nog eens op het noorden zijn gericht.

Met het tellen zijn de vrijwilligers van IVN Veghel dit jaar snel klaar: nul steenbreekvarens en net zo veel muurvarens. De mooie planten zijn in opdracht van de gemeente verwijderd. Het maakt de voorzitter van IVN razend, zo blijkt uit de brief die hij schreef aan het College en de gemeenteraad. Waarom die planten zijn vernietigd, wil hij weten. En of er nog wat gaat gebeuren om de boel te herstellen.

Goede vragen

Goede vragen, dunkt ons. En dus stelden wij ze ook. De antwoorden zijn geruststellend. De voegen van de kademuur zijn, vooral door de varens, beschadigd en moesten worden opgeknapt. En dus werden de varens verwijderd. Dat deed de gemeente trouwens heel nauwkeurig. De planten zijn teruggeplaatst in de steenbestorting aan de zuidwest-kant van de kade op het terrein van het bedrijf MBI.

Terugplaatsen op de plek waar ze vandaan kwamen, dat zou raar zijn geweest. ‘Dan hadden de werkzaamheden geen zin gehad’, schrijft wethouder Harry van Rooijen (VVD). Geen speld tussen te krijgen, lijkt ons.

Schrikken

Hart vindt het wel jammer dat het College dit allemaal niet vooraf aan de betrokken vrijwilligers van IVN Veghel liet weten. Bij de gemeente is immers bekend dat die mensen jaarlijks de stand van de varens opnemen en dat ze zich dus een hoedje zouden schrikken bij het zien van een varenloze kademuur.

 

Hieronder de antwoorden van het College op vragen van Hart,