Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

Begroting 2020: wat gaat u betalen?

woensdag 23 oktober 2019
Leestijd: 
4 tot 5 minuten

Elk jaar probeert het College het om de onroerendezaakbelasting (OZB) met 4% te laten stijgen. En elk jaar weer steekt de gemeenteraad er een stokje voor. Het gevaar is nog niet geweken.

Voor 2020 blijft de verhoging beperkt tot 2%. Het College noemt dat ‘trendmatig’ en Hart kan daarmee leven. De inflatie is immers hoger (september 2019: 2,7%). Van een extra verhoging van nog eens 2% is onder druk van de raad afgezien, maar in de meerjarenraming komt Hart hem voor 2021 toch weer tegen. Dat gaat volgend jaar dus weer een punt van discussie worden.

OZB

De OZB is de belangrijkste inkomstenbron als het gaat om lokale heffingen. Die heffingen zijn verdeeld in twee groepen: belastingen en rechten. Bij belastingen mag de gemeente, met goedkeuring van uw volksvertegenwoordigers, zelf bepalen wat er met het geld gebeurt. Behalve de OZB geldt dit alleen voor de toeristenbelasting. Vroeger ook voor de hondenbelasting, maar die is afgeschaft.

De reinigings- en rioolheffingen zijn voor veel inwoners een punt van zorg, aangezien ze fors stijgen. Zo hoopt de gemeente volgend jaar bijna € 2 miljoen meer voor het inzamelen en verwerken van afval van u te ontvangen dan in 2018. De gemeente verdient er trouwens geen cent aan, want bij deze heffing betalen inwoners en bedrijven wat het kost. Vanwege strengere wetgeving, stijgende marktprijzen (wie wil er nog vuilnisophaler worden?) en duurzaamheidsdoelen loopt die rekening alsmaar op. Ook de kosten voor het riool stijgen om vergelijkbare redenen flink.

Burgerzaken en bouwvergunningen

En dan zijn er nog de leges voor omgevingsvergunningen (voorheen bouwvergunningen) en de diensten van burgerzaken (rijbewijzen, ID’s, paspoorten). Ook hier geldt dat de prijs gelijk is aan wat de dienst kost. Helemaal terecht, want bij een lagere prijs betaalt u via de andere belastingen mee aan het rijbewijs van uw buurman. Dat is niet billijk.

Reclamebelasting

Een bijzonder verhaal is de reclamebelasting. Deze belasting wordt alleen betaald door de winkeliers in de centra van de drie grote kernen. Nog gekker: die winkeliers bepalen samen hoe hoog die belasting is. En zo betalen de Veghelse winkeliers veel meer dan die van Schijndel. De overtreffende trap van gek en gekker: de gemeente sluist het geld linea recta aan de ondernemersverenigingen daar door. Eigenlijk is de belasting zoiets als het lidmaatschap van een winkeliersvereniging. Om te voorkomen dat winkeliers wel profiteren van de vereniging en er niet aan meebetalen, is de belasting bedacht. Best slim.

In Veghel wordt de reclamebelasting mogelijk vervangen door een heffing waaraan ook de eigenaren van panden meebetalen. Hart snapt wel hoe dat komt: het centrummanagement in dat dorp kost idioot veel en dat komt omdat ze daar betaalde mensen in dienst hebben. Dat kost nogal wat. Zolang de winkeliers het daar best vinden – wie zijn wij om er wat van te zeggen. Wel denkt Hart dat de ondernemers hun geld beter kunnen gebruiken. Enfin, hun zorg en niet die van ons.

Weekmarkt

Dan zijn er nog de marktgelden. De marktkooplui betalen voor de huur van een stukje gemeentegrond. In ruil daarvoor regelt de gemeente de weekmarkt – de gemeente legt daar trouwens op toe. Hart vindt dat geen probleem: marktlieden worden niet stinkend rijk, weekmarkten zijn belangrijk voor de gezelligheid in een dorp en die gezelligheid mag best wat gemeenschapsgeld kosten.

Klein bier

Onder de categorie klein bier vallen de scheepsvaartrechten – schippers betalen jaarlijks bijna twee ton voor het gebruik van de havens. En dan is er nog de baatbelasting – een, financieel gezien, piepkleine regeling voor riolen in het buitengebied van de toenmalige gemeente Veghel.

Tot slot

Hier en daar hoort Hart mensen steen en been klagen over de belastingdruk in Meierijstad. Feit is dat die druk in ieder geval tot en met dit jaar 2,5% onder het landelijk gemiddelde ligt. Of dat volgend jaar nog steeds zo is, weten we pas als de begrotingen van alle Nederlandse gemeenten zijn vastgesteld.

Op de tweede plaats is het goed te beseffen dat elke belasting een bijdrage is die de samenleving aan zichzelf betaalt. Daar krijgt die samenleving concrete diensten voor terug. En die diensten worden democratisch bepaald.

Op de derde plaats is het een feit dat de overheid zo ongeveer de belangrijkste veroorzaker is van het stijgen van kosten en uitgaven. Daarom is het zaak de vinger stevig aan de pols te houden. En om voor mensen met een kleine beurs verlichting te brengen, zoals kwijtscheldingsregelingen. Die van Meierijstad zijn, in ieder geval in vergelijking met de rest van Nederland, goed.

Dit is de derde en laatste aflevering van een reeks over de begroting van 2020. Eerder verschenen afleveringen over de financiële positie van Meierijstad en de nieuwe plannen voor het volgend jaar. De hele begroting is hier te vinden.

De begroting wordt op 29 oktober besproken tijdens een gezamenlijk commissievergadering. Die vergadering wordt gehouden in het bestuurscentrum in Sint-Oedenrode en begint om 19.30 uur. De besluitvorming is een week later. De exacte tarieven van belastingen en heffingen worden op 19 december vastgesteld.