Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

Een soort-van-kerstverhaal

dinsdag 24 december 2019
Leestijd: 
8 minuten

De afstand Vladivostok-Moskou is 9.079 kilometer. Met de auto doet u er 121 uur over. In Sint-Michielsgestel woont een mevrouw die als kind in Vladivostok woonde en met haar ouders verhuisde naar Moskou. Die verhuizing leidde ondanks de grote afstand niet tot een cultuurshock. ‘In beide steden wordt Russisch gesproken. Het verschil in accent is zo klein, je kunt niet eens van dialecten spreken. En zo is het in heel het land.’

Van Noord-Mexico naar het zuidelijkste puntje van Chili is het 6.600 kilometer en taal, eetgewoonten en muziek zijn amper verschillend tussen die twee uithoeken.

De Russische mevrouw verstaat de mensen in Sint-Michielsgestel prima, maar heeft moeite met de inwoners van Den Dungen. ‘Daar praten ze zo anders.’ Van het centrum van ‘Gestel’ naar het hart van Den Dungen is het 3,4 kilometer. Zes minuten met de auto, elf minuten op de fiets en drie kwartier te voet.

Er zijn weinig landen in de wereld waar de verschillen in taal, tradities, gewoonten en volksaard zo groot zijn als in Nederland. En er zijn weinig landen in de wereld waar gemeenten zo driftig fuseren – zonder enig begrip en respect voor die verschillen.

***

In de gemeenteraad van Meierijstad zitten twee heren met de achternaam Van Gerwen. De oudste, Will, is een oom van de jongste, Johan. Will is Rooienaar en neef Johan is dat van oorsprong. Geen idee of ze verre verwanten zijn van Marcus van Gerwen. Laten we aannemen dat het zo is. Dat is mooi voor het verhaal.

Want bij Marcus begint deze vertelling, bijna vierhonderd jaar geleden – ergens halverwege de zeventiende eeuw. Marcus komt uit een familie met aanzien, is als schout belast met allerlei ambtelijke en gerechtelijke taken en is de trotse bewoner van Kasteel Dommelrode in Sint-Oedenrode – dat in die tijd nog De Bocht heet.

Sint-Oedenrode heeft dan de beste jaren al achter de rug. Want Sint-Oedenrode mag dan al vier eeuwen lang stadsrechten hebben, de Tachtigjarige oorlog heeft de plaats en trouwens heel Brabant geen goed gedaan. De Brabanders vormen samen een kolonie van de Staten-Generaal en zoals dat gaat met kolonies – ze worden leeggeplunderd en leeggezogen en de bewoners hebben het nakijken. En voor we al te slachtofferig gaan doen over Sint-Oedenrode: Veghel werd in 1583 volledig verwoest door de 'Staatsen'. 

Marcus mag zich in de armoedige tijd die Brabant doormaakt gelukkig prijzen. Als schout heeft hij een voorname positie. Daar komt bij dat hij een soort van projectleider is van het bevaarbaar maken van de Aa, zodat er turfschepen van het Limburgse Thorn naar ’s-Hertogenbosch kunnen gaan. Hij slaagt er maar gedeeltelijk in en kan niet bevroeden dat eeuwen later een nazaat van Willem van Oranje de klus wel zal klaren. Koning Willem I is in de negentiende eeuw immers opdrachtgever van de Zuid-Willemsvaart.

Terug naar Marcus. Hij laveert lange tijd behendig tussen de katholieke mores van Brabant en het opgelegde protestantisme van de Staten-Generaal. Vanuit Den Haag komen opdrachten om protestanten op belangrijke posities te plaatsen, maar Marcus wheelt en dealt en weet zo diverse roomse notabelen op hun plek te houden. Hij is dan ook een man die ertoe doet. Zo speelt hij een niet onbelangrijke rol bij de totstandkoming van de Vrede van Munster, waarbij de Spanjaarden de onafhankelijkheid van de Nederlanden erkennen. In Sint-Oedenrode zelf is hij niet al te populair – Marcus is nogal van het graaien. Tijdens de kerstdagen zal hij vast armen een aalmoes hebben gegeven, misschien zelfs een kersverse generaliteitsgulden. Liefdadigheid hoort in de zeventiede eeuw net zo bij Kerst als in de achttiende, negentiende, twintigste en eenentwintigste. Zoals het ook in die tijd al een familiefeest is met veel eten. Nou ja, voor wie het kan betalen. Voor Marcus dus.

Even dreigt het helemaal mis te gaan. ‘Papist’ Marcus van Gerwen wordt gearresteerd vanwege zijn katholieke sympathieën. Hij weet zich vrij te pleiten en blijft tot zijn dood in 1645 op zijn post en bewoner van Dommelrode. Waarna een fanatieke antikatholiek het stokje overneemt: Cornelis Prouninck van Deventer. Waarschijnlijk woonde hij in hetzelfde kasteel.

***

In de archieven is goed bijgehouden wie er vervolgens allemaal het ‘hegt, sterck en merendeels van nieuwe opgetimmerde huysinge’ bewoont. Zo wordt een Van Oranje-bastaard, Maurits Lodewijk IV van Nassau-Lalecq, in 1765 eigenaar van het kasteel. Hij bedenkt de naam Dommelrode. Een van de eigenaren daarna verhuurt het kasteel aan de orde van Augustinessen. Zij geven het de naam Klooster Mariëndaal.

En dan wordt het 1954 en verlaten de Augustinessen het klooster. Tijd voor een nieuwe eigenaar: de gemeente Sint-Oedenrode. Tijd dus om terug te keren naar vroeger, toen Marcus van Gerwen er woonde en kantoor hield en bestuurder van deze plaats was. Het kasteel krijgt de functie van weleer.

Met wat kwade wil kan worden gesteld dat de nieuwe eigenaar nogal wat kapot maakt. Begin jaren zestig wordt er verbouwd en daardoor verdwijnt een groot deel van de gebouwen die de zusters hadden neergezet. Aan de achterzijde verschijnen vleugels die gruwelijk detoneren bij het historische deel.

Maar tijdens de restauratie worden ook overblijfselen uit vervlogen eeuwen gevonden, waaronder een waterput. En dan zijn er nog de archeologische vondsten van wel tweeduizend jaar oud – ze zijn in vitrines nog altijd te zien. En nog eens wat: dankzij de aankoop van het voormalige kasteel wordt Dommelrode weer het bestuurlijk centrum van de gemeente. 

***

Het is 2016. De stadsrechten van Sint-Oedenrode zijn al ruim anderhalve eeuw niet meer geldig, maar het historisch besef van de Rooienaren is er niet minder om. De gemeente gaat fuseren met Schijndel en Veghel en de allerlaatste burgemeester van ‘Rooi’, Peter Maas, is zich zeer bewust van zijn bijzondere rol als allerlaatste eerste burger.

Sint-Oedenrode was in 1231 al de hoofdstad van het toenmalige Peelland en dus mag die gemeente 785 jaar later niet al te achteloos in de schoot worden geworpen van de nieuwe gemeente. Dat de naam Land van Rode het niet redt als nieuwe gemeentenaam is al vreselijk genoeg – dat krijg je dus als mensen uit buurgemeenten zonder enige besef van historie een naam kiezen alsof ze de Top 2000 samenstellen.

Maar laat Dommelrode in ieder geval het kloppend hart van de gemeente blijven, laat Maas weten. Hij vergadert met zijn collega’s van Veghel en Schijndel en de gemeentesecretarissen van die gemeenten en krijgt zijn zin: Dommelrode wordt het bestuurlijk centrum.

Wat niet hetzelfde is als het gemeentehuis, zo blijkt al snel. Die functie gaat naar Veghel. Onderhandelend wordt nog wel geregeld dat de naam stadhuis van de gevel van dat gebouw wordt gesloopt – die benaming had in de regio altijd al tot meewarige en lacherige reacties geleid.

***

Drie jaar later, 2019. Wat ooit een trots gemeentehuis was, lijkt nu een sterfhuis. Er is nog een gemeentelijke balie en op donderdagavonden vergaderen raadsleden en raadscommissieleden aan het Burgemeester Wernerplein, maar daarmee is het wel gezegd. De brandmeldinstallatie heeft het begeven, de geluidsinstallatie voldoet amper, de personeelsingang laat het afweten, klimatologisch is het pand ellende, een van de vergaderzalen is onhandig smal, fractiekamers staan leeg en van het idee om er overdag vergaderingen en trainingen te houden komt niks. Formeel is het voormalige kasteel het thuishonk voor burgemeester en wethouders, maar die zijn vaker in Veghel dan in ‘Rooi’. De wethouders hebben geeneens eigen kamers in Sint-Oedenrode.

In het voorjaar krijgen alle fracties bezoek van twee ambtenaren. Wat ze ervan zouden denken als er een nieuw bestuurscentrum wordt gebouwd in Veghel. Aan het Stadhuisplein – want die naam is dan weer niet gewijzigd. Wat de fracties bij die gesprekken vertellen, blijft geheim – later zal het College beweren dat de meeste partijen een onderzoek naar locatie Veghel zien zitten en zullen acht van die tien partijen het tegendeel beweren. Hoe dan ook: in september heeft er een pittig debat plaats in een raadscommissie.

Vlak voor kerst hakt de gemeenteraad de knoop door. Dat onderzoek naar een nieuw bestuurscentrum in Veghel moest er maar niet komen. Liever investeren in het historische Dommelrode.

‘In Veghel snappen ze er niks van’, laat een ambtenaar voorafgaand aan die vergadering vlak voor kerst weten. ‘Wat is er nou logischer dan alle gemeentelijke functies bij elkaar? In de grootste kern?’

***

De raadsleden slaan op 19 december 2019 een piketpaaltje. Wie goed luistert, hoort boodschappen tussen uitgesproken zinnen door. Zinnen die gaan over sentiment, emotie en draagvlak. Tussen die zinnen klinkt dat Meierijstad een bestuurlijke eenheid mag zijn. En dat er tegelijkertijd nooit Meierijstedelingen zullen zijn. Dat er kloven gapen tussen Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. En zelfs tussen de tien overige kleinere kerkdorpen en die drie kernen. En dat die kloven niet gedicht hoeven te worden. Dat Meierijstad een succes wordt als dertien dorpen zichzelf mogen zijn. Met hun eigen kasteel, eigen dialect, eigen carnavalskleuren, eigen historie, eigen karakter en eigen tekortkomingen. En hun trots op de Noordkade, de Glazen Boerderij, Huis ter Aa, Dommelrode. 

Vlak voor kerst geven de raadsleden een signaal af. De wethouder die vanaf de zijlijn luistert, schudt het hoofd als de raadsvoorzitter vraagt of er vanuit het College nog iets toe te lichten of te weerleggen is. Nee. Alles is gezegd.

Raadsleden, ambtenaren, burgemeester en wethouders drinken na de raadsvergadering nog een glas en gaan huiswaarts. Ze knippen de lichtjes van de kerstboom aan, doen de schoenen uit, zetten Mariah Carey op en schenken een glas in. ‘Dat Meierijstad gaat nog wat moois worden’, zeggen ze tegen wie er daar thuis op hen heeft gewacht. ‘Een gemeente met dorpen en dorpelingen die vooral zichzelf zijn. En dat vooral moeten blijven. Vanavond hebben we wat geleerd. Die 80.000 mensen die hoeven zich niet Meierijstads te gaan voelen. Welnee. Die moeten vooral Erps, Schijndels, Roois, Veghels of wat dan ook blijven. Die moeten we niet lastig vallen met centralisatie van wat doen ook. Wij moeten gewoon het afval laten ophalen, de Wmo regelen, zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen leggen, een sluitende begroting maken en voor goede schoolgebouwen zorgen.’

***

De afstand Dommelrode ‘Rooi’ – Stadhuisplein Veghel is 9,7 kilometer. Met de auto elf minuten, op de fiets honderd meter korter en 32 minuten.

Wie ooit van Vladivostok naar Moskou ging, begrijpt er niks van. Dat wie van Rooi naar Veghel of Schijndel gaat in een andere wereld komt. Ambtenaren, burgemeester, wethouders en raadsleden in Meierijstad begrijpen het sinds kerst 2019 helemaal. 2020 wordt een mooi jaar.