De huishoudelijke hulp in onze regio is een rommeltje. Vraag van Hart: waarom besteedt de gemeente huishoudelijke hulp eigenlijk uit?
Afgelopen februari stelde Hart kritische vragen aan het college over de huishoudelijke hulp. De aanleiding: de zeven bedrijven die de hulp in onze regio leveren, schreeuwden moord en brand dat ze heel veel geld moeten terugbetalen aan de gemeenten, waaronder Meierijstad.
10 procent
Hart vond en vindt dat de bedrijven weinig recht van spreken hebben. Ze mogen 10 procent minder uren werken en dan toch het volle pond in rekening brengen. Pas als het minderwerk die 10 procent overschrijdt, haalt de gemeente geld terug.
En dat is precies wat er gebeurde en wat de aanbieders niet kon verrassen: het stond immers in de contracten. Daarover stampei maken in de media is naïef en zelfs onaardig – leveranciers horen niet te klagen over hun klanten in de pers.

Hart stelde toen vragen aan het college en het is niet toevallig dat juist deze partij er bovenop zit. Al in 2018 ontdekte Hart dat een van de aanbieders van huishoudelijke hulp meer declareerde dan vanwege de gedane arbeid billijk is.
Op instorten
Uit de antwoorden blijkt dat onze gemeente maar liefst € 1,1 miljoen te veel had betaald en dus terugvorderde. Eén organisatie, Interzorg, zou hebben laten weten dat het bedrijf dankzij de terugvordering van deze en andere gemeenten op instorten staat.
Vrij vertaald: dat bedrijf is voor haar voortbestaan afhankelijk van het factureren van niet geleverd werk. Of er is met de bedrijfsvoering daar iets grondig mis óf de tarieven zijn veel te laag. In het laatste geval is er een nieuwe vraag: hoe kan het zijn dat aanbieders instemmen met tarieven die niet kostendekkend zijn?
Niet nagedacht
Hoe dan ook, naar aanleiding van vragen van Hart en vragen en moties van partijen in andere gemeenten, bogen de samenwerkende wethouders Wmo zich over het gedoe. Het leidde tot een onderzoek om te bezien of het allemaal wel lekker loopt met de huishoudelijke hulp.
Nee dus.
In twee brieven aan de raad, eentje van het Meierijstadse college en eentje van het regionale Wmo-samenwerkingsverband, wordt uiteengezet wat er allemaal mis is. De lijst is lang en komt erop neer dat er eigenlijk nergens ooit goed over is nagedacht.
Knelpunten
Want zijn huishoudelijke hulpen louter huishoudelijke hulpen of hebben ze ook een zorgtaak? Moeten gemeenten streng controleren of juist vertrouwen geven? Hebben de aanbieders van hulp een inspannings- of een resultaatverplichting? Hebben gemeenten ruimte voor eigen beleid of moet alles in de regio eenduidig zijn?

Zo gaat het nog een tijdje door in de brieven en in de samenvatting van het onderzoeksrapport dat de raden kregen – geen idee trouwens waarom niet het hele rapport is gedeeld. Wat er in al die documenten niet staat, is wat er nou feitelijk gaat gebeuren om eruit te komen.
Het gaat over knelpunten aanpakken, doorgaan met gesprekken met aanbieders en met het voorbereiden van de aanbesteding die moet leiden tot nieuwe contracten die in 2028 ingaan. Wat Hart niet leest: blijft die terugvorderingsafspraak staan en komen er nieuwe vorderingen? Want dat is het onderwerp waar al het gedoe mee begon.
Ambtelijk werk
En dan is er nog dit. Waarom vinden we het met zijn allen heel gewoon dat de gemeente ambtenaren in dienst heeft die paspoorten en rijbewijzen verstrekken en dat de gemeentelijke huishoudelijke hulp wordt uitbesteed aan bedrijven?
Waarom maken we daar geen ambtelijk werk van? Het voorkomt discussies over terugvorderingen en is mogelijk goedkoper: aanbieders zijn commerciële bedrijven en die willen niet alleen hun kosten gecompenseerd zien, maar ook winst maken.
En wat voor huishoudelijke hulp geldt, gaat op voor heel veel onderdelen van de Wmo en trouwens ook de jeugdhulp. Waarom besteden gemeenten dat uit?