Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

Sommige sportclubs vallen buiten de boot

woensdag 18 november 2020
Leestijd: 
2 minuten

De coronasteun aan sportverenigingen lijkt ruimhartig, maar bereikt slechts de helft van de clubs in Meierijstad. Hart klopte aan bij het College.

Voor wie vreest dat dit een narrig stukje wordt: nee hoor. Wethouder Coby van der Pas (Sport, CDA) heeft zich altijd coulant, steunend en ruimhartig opgesteld ten opzichte van sportclubs. Dat was het geval bij het samenvoegen van subsidie- en huurtarieven en dat gebeurde bij het uitbreken van de corona-pandemie. Hart vertrouwt erop dat het ook dit keer goed komt, maar stelt vast dat het nu nog niet helemaal goed lijkt.

Veel clubs huren niet bij gemeente

Dat zit zo. Veel verenigingen huren bij de gemeente en voor hen is die gemeente een aardige huurbaas. Van 1 maart tot en met 31 mei hoefde geen huur te worden betaald. Dat geld declareert de gemeente trouwens bij het Rijk.

Vanuit sportkringen werd Hart erop gewezen dat slechts 48% van de verenigingen de gemeente als huurbaas heeft. Die 48% is goed voor 55% van het aantal verenigingsleden. Samen krijgen ze maar liefst € 320.000 aan vrijstelling van huur, zo liet Hart zich voorrekenen. Dat zou neerkomen op € 24 per lid.

Maar er is dus ook nog die 52% die elders huurt of een accommodatie in eigen bezit heeft. De vraag die aan Hart werd gesteld: ‘Waarom komt de gemeente deze verenigingen niet tegemoet met een vergelijke coronasubsidie van € 24 per lid, ofwel € 260.000?’

‘Ga naar je eigen verhuurder’

De fractie was daar in eerste instantie snel mee klaar: ‘Laat die clubs bij hun eigen huurbaas of hypotheekgever aankloppen’. Het weerwoord kwam per ommegaande. Vrij vertaald klonk dat zo: nog los van het feit dat sommige verenigingen in het verleden met zachte hand de privatisering in zijn geduwd, deze gemeente is de lokale overheid van haar verhuurders én van de andere sportclubs.

Anders gezegd: als verhuurder is de gemeente eenduidig voor al haar huurders, als overheid is ze dat niet voor al haar verenigingen.

Waarna Hart met de mond vol tanden stond. Enerzijds vinden we de claim van ruim een kwart miljoen euro erg fors voor onze gemeente, het is de vraag of dat geld binnen de begroting voor sport en recreatie te vinden is. Ook weten we niet of de gemeente ook deze steun kan declareren. Maar het mag niet louter een financiële afweging zijn, dit vraagstuk heeft vooral een principiële kant.

Sportverenigingen kunnen trouwens ook, met bemiddeling van gemeenten, rijkssteun aanvragen. Daar zijn diverse potjes voor, al zijn die uitkeringen naar verluidt fors lager dan de huur of hypotheek die maandelijks moet worden betaald.

Hart heeft het College om duidelijkheid gevraagd. Zodra de fractie antwoord heeft, hoort u het van ons.

 

Hieronder de vragen van Hart aan het College.