Schijndel komt er bij investeringen door de gemeente bekaaid af. Dat blijkt uit onderzoek van Hart.
Hart spitte de begrotingen 2018 tot en met 2026 door om te bezien hoe de investeringen over de drie voormalige gemeenten zijn verdeeld. Dat deed de fractie niet zomaar: de indruk is namelijk dat Schijndel aan de achterste mem hangt. Een indruk die door het onderzoek wordt bevestigd en die voor de toekomst zorgwekkend is. Waarover verderop meer.
Wat zijn investeringen?
Eerst even over wat investeringen zijn. Dat zijn uitgaven die de gemeente doet die over meerdere jaren worden afgeschreven en waar de gemeenteraad mee moet instemmen. Bij andere uitgaven blijft de goedkeuring van de raad beperkt tot akkoord op, bijvoorbeeld, € 146 miljoen voor het sociaal domein. Het college mag vervolgens binnen vastgestelde regels trapliften, dyslexieprogramma’s en dagbesteding inkopen.
Hoe deed Hart het onderzoek?
Dan de manier waarop Hart het onderzoek deed. De fractie raadpleegde de begrotingen vanaf 2018 en zocht daarin geplande nieuwe investeringen op. Investeringen die voor heel Meierijstad gelden, zoals zonnepanelen op diverse gemeentelijke gebouwen, negeerden de onderzoekers. Zo bleven alleen investeringen over voor specifieke locaties. Denk daarbij aan zwembaden, scholen en sporthallen.
Soms trof Hart investeringen aan die betrekking hebben op één dorp, maar ondertussen wel voor de hele gemeente zijn. Dit geldt voor de ingrijpende verbouwing van het bestuurscentrum in Sint-Oedenrode, de verbouwing en nieuwbouw van een deel van het Eldecollege in Schijndel (die school heeft een bovenlokale functie) en aanpassingen in het gemeentehuis van Veghel. Ook die schrapte Hart.
Daarna bleef er bijna € 127 miljoen over, uitgesmeerd over negen jaar en drie voormalige gemeenten: Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel.
Wat leverde het onderzoek op?
Dan nu de uitkomsten. Meer dan de helft ging naar Veghel (56%), Sint-Oedenrode ontving 30% van dat bedrag en Schijndel bleef achter met 14%. Bij dat percentage is de verbouwing van het voormalige gemeentehuis aan de Markt trouwens inbegrepen, een uitgave die onnodig was als er, zoals Hart wilde, gewoon ambtenaren bleven werken.

Nou is die verdeling niet helemaal eerlijk, want in Veghel en de kerkdorpen van de toenmalige gemeente wonen meer mensen dan in Sint-Oedenrode of Schijndel. En dus deelde Hart het totaal aan investeringen per opgeheven gemeente door het aantal inwoners. De aantallen haalde Hart van de site van de gemeente.
Dan blijkt Sint-Oedenrode ineens spekkoper. Dat was trouwens vier jaar geleden ook al zo. De gemeente investeerde € 1,90 per Rooise inwoner, € 1,80 per Veghelaar en € 0,80 per inwoner van Schijndel.

Alle bedragen x € 1.000, met uitzondering van het overzicht investeringen per inwoner.
Overigens wordt dit verschil niet veroorzaakt doordat de huidige burgemeester, wethouders en raadsleden een hekel zouden hebben aan Schijndel. Er is nadrukkelijk geen opzet in het spel.
De oorzaak is dat in 2017, toen Meierijstad van start ging, Schijndel de zaakjes goed op orde had en dat Veghel en ‘Rooi’ kampten met achterstallig onderhoud. Dat gold onder meer voor zwembaden, sportaccommodaties en scholen. Er was veel geld nodig om de hele gemeente op Schijndels niveau te krijgen.
Het was met het geldgebrek in Sint-Oedenrode zelfs zo erg dat in 2016 werd besloten tot een nieuwe school in Nijnsel, omdát er door de fusie eindelijk weer geld kwam. De gemeente zat toen zo ongeveer op zwart zaad. ‘Rooi’ had 2015 afgesloten met een verlies van een half miljoen en nam met de investering voor de nieuwe school een voorschot op het Schijndels geld dat er aan zat te komen – die gemeente hield in 2015 namelijk zeven ton onder aan de streep over. Veghel vijf ton.
Waarom is dit allemaal belangrijk?
Waarom zocht Hart dit allemaal uit? Niet om op te roepen tot een boycot van investeringen voor dorpen buiten Schijndel. De gemeenteraad is nu eenmaal moreel verplicht om alle inwoners en dorpen goede voorzieningen en dienstverlening te gunnen.
(Wat trouwens niet betekent dat Hart altijd ja zegt. Zo is de partij negatief over het te grote aantal basisscholen in Veghel. Die moeten eens wat vaker gebouwen delen, zoals dat in Schijndel al gebeurt. En o ja: ook het tweede zwembad in Veghel is wat Hart betreft taboe.)
Dat Hart deze informatie deelt, is om te waarschuwen voor de toekomst. Die toekomst staat voor Schijndel in het teken van, wat genoemd wordt, de wet van de remmende voorsprong. In 2017 had Schijndel het modernste zwembad en dankzij nieuwe baden in Veghel en Sint-Oedenrode (samen goed voor € 21 miljoen), was het bad begin dit jaar nog het meest aftandse van de gemeente. Wat trouwens de renovatie van afgelopen zomer verklaart.
Hart voorspelt dat ook de Schijndelse basisscholen last krijgen van de wet op de remmende voorsprong. Er wordt fors geïnvesteerd in verbouwingen en nieuwbouw van scholen in onder meer Veghel, Mariaheide, Erp, Boerdonk en Sint-Oedenrode. Tegen de tijd dat Schijndel aanklopt, moet er ook daarvoor geld zijn. Net als voor een Schijndelse versie van Leefgoed, momenteel succesvol in Veghel.
Maar dat is alles behalve vanzelfsprekend. Het Rijk bezuinigt fors op gemeenten en dat leidt in 2026 naar verwachting (de raad moet nog besluiten) tot een flinke verhoging van de ozb en veel bezuinigingen. Die maatregelen kunnen niet voorkomen dat de gemeente het jaar 2028 volgens de meerjarenraming afsluit met een tekort van € 3,6 miljoen.
2028, dat is het jaar dat het Schijndelse schoolbestuur SKOPOS mogelijk vaststelt dat een van de basisscholen in dat dorp wel een drastische opknapbeurt kan gebruiken. En dat het geld op is, want uitgegeven aan nieuwe scholen in Veghel en ‘Rooi’.