Blijf op de hoogte!

Elke zondag onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in »

Over hondenpoep en insluipers bij ouderen

zaterdag 30 september 2017

Wat is er erger: een hondendrol op de stoep of een insluiper bij een alleenstaande 90-jarige mevrouw?

De gemeente heeft onderzocht wat u, inwoner, prioriteit geeft als het gaat om openbare orde en handhaving. De details van dat onderzoek hebben we nog niet ontvangen, maar dankzij een presentatie aan raads- en raadscommissieleden, afgelopen donderdag, kunnen we er al wel wat over verklappen. Uw grootste ergernissen zijn hard rijden, hondenpoep en fout parkeren.

Top drie

Mari van Aalsvoort, gemeenteraadslid van Team Meierijstad, verbaasde zich daarover. Hij vertelde over kwetsbare ouderen die zich niet kunnen weren tegen ongure types die met smoezen binnenkomen en dan dingen doen die niet deugen. ‘Die insluipers zijn toch veel erger dan hondenpoep?’ We hoorden hem knikkend aan. Er zijn vast veel meer mensen die last hebben van hondenpoep dan van insluipers, maar in vergelijking met een beroving is poep op de stoep niks. ‘Maar dit is toch echt de top drie’, aldus de dame die het onderzoeksresultaat presenteerde.

Openbare orde en veiligheid, daar ging het donderdag over. En dat gaat over meer en belangrijkere zaken dan hondenpoep. Een deel van de vergadering had achter gesloten deuren plaats en dat bleek, wat ons betreft, onnodig. Want wat we er hoorden, lezen we zowat dagelijks in de krant. We mogen u er niks over vertellen, maar u kunt vast wel raden waar het over gaat. Wat wel boeiend was aan dat deel van de avond: dat gemeenteraadsleden op het gebied van het bestrijden van criminaliteit en misdaad een specifieke taak hebben.

Proef

Terug naar het openbare deel. Daar kregen we een presentatie over een proef die de politie in het district Meierij uitvoert. Die proef draait eigenlijk vooral om vrijheid. De politie mag los van landelijke prioriteiten en richtlijnen zelf bepalen waar ze voorrang aan verleent en ze doet dat op basis van wat er vanuit de lokale samenleving opborrelt. Verder is de invloed van chefs verminderd en dat komt ten goede aan de macht van de dames en heren op straat. De eerste resultaten van die aanpak zijn zeer bemoedigend, hoorden we.

Ook werden we weer eens bevestigd in ons enthousiasme over het fenomeen wijkagent. Waarnemend burgemeester Marcel Fränzel zei het mooi: ‘Het blijft verrassend hoe fijnmazig het netwerk van wijkagenten is en achter hoeveel voordeuren ze komen’. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar het zijn de wijkagenten die er voor zorgen dat Nederland (nog) geen Molenbeek heeft en dat hier geen terroristische aanslagen plaatshadden. Lang leve de wijkagent.